Wanneer zet u een re-integratiebureau in?
Een re-integratiebureau ondersteunt werkgevers en werknemers bij terugkeer naar werk na ziekte of arbeidsongeschiktheid. In sommige situaties is inzet wettelijk verplicht, in andere gevallen is het een strategische keuze om risico’s en kosten te beperken.
1. Verplicht: bij een tweede spoortraject
Op grond van de Wet verbetering poortwachter moet een werkgever zich gedurende de eerste 104 weken van ziekte inspannen voor re-integratie. Wanneer duidelijk wordt dat terugkeer in de eigen functie of binnen de eigen organisatie (spoor 1) niet mogelijk is, moet tijdig een tweede spoortraject worden gestart. Dit betekent begeleiding naar werk bij een andere werkgever. In de praktijk wordt hiervoor vrijwel altijd een re-integratiebureau ingeschakeld, omdat:
- Specialistische arbeidsmarktkennis nodig is;
- Objectieve begeleiding vereist is;
- Het traject goed moet worden gedocumenteerd richting UWV;
- Onvoldoende inspanning kan leiden tot een loonsanctie (verlenging loondoorbetaling).
Te laat starten met spoor 2 is een veelvoorkomende reden voor een loonsanctie.
2. Wanneer spoor 1 vastloopt
Ook binnen het eerste spoor kan externe begeleiding verstandig zijn wanneer:
- Er twijfel bestaat over passende arbeid;
- Werkgever en werknemer vastlopen in het traject;
- Er sprake is van complexe medische of psychosociale problematiek;
- Er behoefte is aan onafhankelijke beoordeling.
Een gesprek met een arbeidsdeskundige, coaching of mediation kan uitkomst bieden voor de vervolgstappen in de re-integratie.
3. Bij ziek uit dienst of Ziektewet-situaties
Wanneer een werknemer ziek uit dienst gaat, kan begeleiding via een re-integratiebureau worden ingezet:
- Bij eigenrisicodragerschap Ziektewet;
- Om instroom in de WIA te beperken;
- Om duurzame plaatsing te bevorderen.
4. Strategische inzet: preventie en duurzame inzetbaarheid
Steeds meer werkgevers zetten re-integratiebureaus preventief in, bijvoorbeeld bij:
- Dreigend langdurig verzuim;
- Belastbaarheidsvraagstukken;
- Conflicten die werkhervatting belemmeren;
- Organisatiewijzigingen waarbij herplaatsing nodig is.
Vroegtijdige inzet kan langdurig verzuim en hoge kosten voorkomen.
Wat zijn de voordelen van tijdige inzet?
- Lagere kans op loonsanctie;
- Snellere werkhervatting;
- Betere dossieropbouw;
- Minder juridische risico’s;
- Beperking van WIA-instroom;
- Ondersteuning bij complexe situaties.
Samenvatting
Een re-integratiebureau moet in de praktijk worden ingezet wanneer een tweede spoortraject nodig is. In andere situaties is het geen wettelijke verplichting, maar vaak wel een verstandige keuze om risico’s, kosten en vertraging te voorkomen. Tijdige en deskundige begeleiding vergroot de kans op duurzame werkhervatting en voorkomt sancties van het UWV.