Wat is een maatmanfunctie en het maatmaninkomen?

De maatmanfunctie/ maatgevende arbeid is binnen de WIA-beoordeling de functie/maatgevende arbeid die een werknemer verrichtte vóór de ziekmelding,
die als uitgangspunt dient voor de berekening van arbeidsongeschiktheid.
De maatmanfunctie/ maatgevende arbeid vormt de basis voor het bepalen van:

  • Het maatmaninkomen (het oude loon vóór ziekte);
  • De mate van arbeidsongeschiktheid;
  • De vergelijking tussen oude verdiencapaciteit en huidige mogelijkheden.

 

Bij een WIA-beoordeling vergelijkt het UWV:
Het loon dat iemand verdiende in de maatmanfunctie met het loon dat iemand theoretisch of praktisch nog kan verdienen met passende functies.
Op basis daarvan wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage berekend.

Wat is het maatmaninkomen?

Het maatmaninkomen is het loon dat de werknemer verdiende in de maatmanfunctie, meestal gebaseerd op:

  • Het feitelijk verdiende loon vóór uitval (uitgaande van een referteperiode 1 jaar voor datum 1e ziektedag)
  • De normale arbeidsduur;
  • Structurele looncomponenten.

Dit inkomen wordt gemaximeerd op het wettelijk maximumdagloon.

Hoe wordt de maatmanfunctie vastgesteld?

De arbeidsdeskundige van het UWV stelt vast:

  • Welke functie de werknemer vóór ziekte vervulde;
  • Wat de normale inhoud en belasting van die functie was;
  • Wat het bijbehorende loon was.

Soms is dit eenvoudig (bijvoorbeeld bij een vaste fulltime functie). In andere gevallen, zoals bij wisselende uren of meerdere functies, is nadere beoordeling
nodig.

Wat als iemand al aangepast werk deed?

Wanneer een werknemer vóór de WIA-beoordeling al langdurig aangepast werk verrichtte, kan dit gevolgen hebben voor de vaststelling van de maatman.
Het uitgangspunt blijft echter doorgaans de oorspronkelijke functie vóór uitval, tenzij sprake is van een structurele functiewijziging.

Wat is het verschil tussen maatmanfunctie en passende functies?

  • Maatmanfunctie → de oorspronkelijke functie vóór ziekte (referentiepunt).
  • Passende functies → theoretische of praktische functies die iemand volgens het UWV nog kan uitvoeren met zijn of haar beperkingen.

De vergelijking tussen beide bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid.

Voorbeeld

Een werknemer verdiende €3.000 bruto per maand in zijn maatmanfunctie. Het UWV berekent dat hij met passende functies nog €1.800 per maand kan verdienen. Het verlies aan verdiencapaciteit bedraagt dan 40%, de mate van arbeidsongeschiktheid wordt dan vastgesteld op 60%. Dat percentage bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een WGA- of IVA-uitkering.

Samenvatting

De maatmanfunctie is de oorspronkelijke functie vóór ziekte en vormt het uitgangspunt bij de WIA-beoordeling. Het maatmaninkomen wordt vergeleken met de resterende verdiencapaciteit om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Een juiste vaststelling van de maatmanfunctie is essentieel, omdat dit directe invloed heeft op het arbeidsongeschiktheidspercentage en daarmee op het recht op uitkering.