Wat is passend werk bij re-integratie?
Wanneer een werknemer door ziekte zijn eigen werk niet volledig kan uitvoeren, wordt tijdens de re-integratie gekeken naar wat nog wél mogelijk is. Daarbij komt al snel de term passend werk naar voren. Maar wanneer is werk eigenlijk passend? Wie bepaalt dat? En kan een werknemer aangeboden werk weigeren?
Passend werk is werk dat aansluit bij wat een werknemer, rekening houdend met zijn of haar belastbaarheid, kennis en vaardigheden, nog kan uitvoeren. Het hoeft daarbij niet altijd om de oorspronkelijke functie te gaan. Soms kan het eigen werk worden aangepast, soms is een andere functie binnen de organisatie mogelijk en in andere situaties moet worden gekeken naar werk bij een andere werkgever.
Wat passend is, verschilt per werknemer en kan tijdens het re-integratieproces veranderen. Daarom is het belangrijk om de mogelijkheden regelmatig opnieuw te beoordelen.
Wat is passend werk?
In de wet wordt gesproken over passende arbeid. Kort gezegd gaat het om werkzaamheden die aansluiten bij de krachten en bekwaamheden van een werknemer en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat de werknemer deze uitvoert.
Daarbij wordt onder andere gekeken naar:
- de lichamelijke en mentale belastbaarheid;
- de kennis en vaardigheden van de werknemer;
- opleiding en werkervaring;
- de inhoud en belasting van de werkzaamheden;
- het aantal uren dat iemand kan werken;
- de omstandigheden waaronder het werk wordt uitgevoerd;
- het functieniveau;
- de reisafstand en reistijd;
- het perspectief op herstel en terugkeer naar het eigen werk.
Passend werk is daardoor geen vaststaand begrip. Werk dat kort na een ziekmelding nog niet passend is, kan enkele maanden later door herstel bijvoorbeeld wel passend worden. Andersom kan blijken dat werkzaamheden toch te zwaar zijn.
De beoordeling moet daarom altijd worden gebaseerd op de actuele situatie.
Wanneer wordt gekeken naar passend werk?
Bij re-integratie wordt in eerste instantie gekeken of een werknemer kan terugkeren naar het eigen werk. Soms kan dit direct. In andere gevallen zijn aanpassingen noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan:
- tijdelijk minder uren werken;
- een aangepast werktempo;
- bepaalde lichamelijk zware taken achterwege laten;
- werkzaamheden anders verdelen;
- andere werktijden;
- aanpassingen aan de werkplek;
- meer rust- of herstelmomenten.
Als volledig of gedeeltelijk hervatten in het eigen werk niet mogelijk blijkt, moet worden onderzocht of ander passend werk binnen de eigen organisatie beschikbaar is. Dit valt binnen de re-integratie in het eerste spoor.
Een 1e spoor onderzoek kan helpen om systematisch in kaart te brengen welke mogelijkheden binnen de eigen organisatie aanwezig zijn.
Wanneer terugkeer binnen de eigen organisatie uiteindelijk onvoldoende perspectief biedt, kan daarnaast worden gekeken naar mogelijkheden bij een andere werkgever. Dit wordt re-integratie in het tweede spoor genoemd.
Wanneer is werk passend?
Of werkzaamheden passend zijn, hangt altijd af van de individuele situatie.
Het uitgangspunt is dat het werk daadwerkelijk uitvoerbaar moet zijn binnen de mogelijkheden van de werknemer. Iemand met fysieke beperkingen kan bijvoorbeeld werkzaamheden uitvoeren waarbij minder hoeft te worden getild, terwijl bij mentale overbelasting juist gekeken kan worden naar voorspelbaarheid, werkdruk, concentratiebelasting en verantwoordelijkheden.
Daarnaast spelen kennis, ervaring en opleidingsniveau een rol.
Volgens UWV wordt bij het zoeken naar passend werk onder meer gekeken naar werk dat zoveel mogelijk aansluit op het eerdere werk en dat met de bestaande gezondheidsbeperkingen kan worden uitgevoerd. Naarmate een werknemer langer ziek is, kan redelijkerwijs ook breder naar andere werkzaamheden worden gekeken. UWV geeft bijvoorbeeld aan dat na zes maanden ziekte ook werkzaamheden op een lager niveau passend kunnen zijn.
Dat betekent niet dat na zes maanden automatisch iedere andere functie passend is. De volledige situatie blijft bepalend.
Voorbeelden van passend werk bij re-integratie
Een paar voorbeelden maken duidelijk hoe verschillend passend werk eruit kan zien.
Voorbeeld 1: magazijnmedewerker met fysieke beperkingen
Een magazijnmedewerker werkt normaal gesproken 40 uur per week en tilt regelmatig zware goederen. Door rugklachten kan de werknemer voorlopig niet langdurig staan en zwaar tillen. Het oorspronkelijke werk is daardoor tijdelijk niet volledig geschikt.
Binnen het bedrijf zijn echter ook werkzaamheden beschikbaar zoals:
- voorraadadministratie;
- verwerken van binnenkomende goederen in het systeem;
- lichte ordercontrole;
- administratieve ondersteuning van de logistieke afdeling.
Wanneer deze werkzaamheden binnen de belastbaarheid vallen, kunnen dit passende werkzaamheden zijn.
Voorbeeld 2: medewerker met psychische klachten
Een medewerker heeft een functie waarin veel deadlines, onverwachte vragen en klantcontact voorkomen. Door psychische klachten is de werknemer tijdelijk minder belastbaar op het gebied van werkdruk en concentratie. Volledig terugkeren in de oorspronkelijke werkzaamheden is daardoor nog niet mogelijk.
Mogelijk kunnen tijdelijk taken worden uitgevoerd die:
- voorspelbaarder zijn;
- minder tijdsdruk bevatten;
- minder onderbrekingen kennen;
- minder intensief klantcontact vragen.
Ook een geleidelijke opbouw van uren kan onderdeel zijn van de re-integratie.
Voorbeeld 3: eigen functie gedeeltelijk aanpassen
Een werknemer kan vrijwel alle werkzaamheden van zijn eigen functie uitvoeren, behalve één fysiek zwaar onderdeel. Als collega’s dat specifieke onderdeel kunnen overnemen en de werknemer andere taken kan uitvoeren, kan de functie mogelijk passend worden gemaakt.
Er hoeft dus niet altijd direct naar een volledig andere functie te worden gekeken.
Voorbeeld 4: andere functie binnen de organisatie
Een werknemer kan door blijvende beperkingen waarschijnlijk niet terugkeren naar zijn oorspronkelijke functie. Binnen de organisatie bestaat echter een andere functie die aansluit bij zijn kennis, ervaring en belastbaarheid. In dat geval kan herplaatsing in deze functie een passende oplossing zijn.
Moet passend werk een bestaande functie zijn?
Niet altijd. Bij re-integratie moet niet uitsluitend worden gekeken naar bestaande functietitels en openstaande vacatures. Het gaat uiteindelijk om de werkzaamheden die binnen een organisatie beschikbaar zijn en die een werknemer verantwoord kan uitvoeren.
Soms kunnen werkzaamheden uit verschillende functies worden gecombineerd. Ook kunnen taken anders worden verdeeld. Dit wordt bijvoorbeeld jobcarving genoemd: bepaalde werkzaamheden worden uit een bestaande functie gehaald en samengevoegd tot een passend takenpakket.
Een werkgever hoeft daarbij niet onbeperkt een volledig nieuwe functie te creëren. Wel moet serieus worden onderzocht welke redelijke mogelijkheden binnen de organisatie aanwezig zijn. Juist daarom kan alleen kijken naar een lijst met vacatures onvoldoende zijn.
Wie bepaalt of werk passend is?
Dit is een veelgestelde vraag, maar er is niet één persoon die zelfstandig bepaalt of werkzaamheden passend zijn. Werkgever, werknemer, bedrijfsarts en eventueel een arbeidsdeskundige hebben ieder een andere rol.
De bedrijfsarts
De bedrijfsarts beoordeelt de medische situatie voor zover die relevant is voor het werk en geeft aan welke mogelijkheden en beperkingen er bestaan. De bedrijfsarts kan bijvoorbeeld aangeven dat iemand:
- maximaal een bepaald aantal uren kan werken;
- beperkt is met tillen of lopen;
- extra hersteltijd nodig heeft;
- niet langdurig onder hoge tijdsdruk kan werken;
- beperkingen heeft op het gebied van concentratie of prikkelverwerking.
De werkgever hoort daarbij geen medische diagnose of andere medische details te ontvangen. Voor de re-integratie is vooral van belang wat iemand functioneel nog wel en niet kan.
De werkgever
De werkgever moet vervolgens onderzoeken welke werkzaamheden binnen de organisatie beschikbaar zijn en of deze aansluiten bij de mogelijkheden van de werknemer. Daarbij wordt niet alleen naar de oorspronkelijke functie gekeken, maar waar nodig ook naar andere werkzaamheden en functies.
De werknemer
Ook van de werknemer wordt een actieve bijdrage verwacht. Een werknemer moet meewerken aan de re-integratie, afspraken nakomen en passend werk in principe accepteren. De werknemer kan daarnaast zelf voorstellen doen voor werkzaamheden of aanpassingen waarmee werkhervatting mogelijk wordt.
Werkgever en werknemer hebben dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het re-integratieproces.
De arbeidsdeskundige
Wanneer niet duidelijk is of het eigen werk nog passend is of welke andere mogelijkheden aanwezig zijn, kan een arbeidsdeskundige worden ingeschakeld. De arbeidsdeskundige brengt de belasting van werkzaamheden en de belastbaarheid van de werknemer bij elkaar.
Tijdens een arbeidsdeskundig onderzoek kunnen onder andere de volgende vragen worden beantwoord:
- Kan de werknemer het eigen werk nog uitvoeren?
- Kan het eigen werk met aanpassingen passend worden gemaakt?
- Is er ander passend werk binnen de organisatie?
- Als dat niet mogelijk is, welke vervolgstappen zijn nodig?
De arbeidsdeskundige kijkt daarbij niet naar de medische diagnose zelf, maar naar de gevolgen van de vastgestelde belastbaarheid voor het uitvoeren van werkzaamheden.
Wat is het verschil tussen de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige?
De rollen worden in de praktijk regelmatig door elkaar gehaald.
De bedrijfsarts beoordeelt de belastbaarheid van de werknemer. De vraag is: wat kan iemand vanuit zijn of haar gezondheidssituatie nog aan?
De arbeidsdeskundige beoordeelt vervolgens hoe deze belastbaarheid zich verhoudt tot het werk. De vraag is: welke werkzaamheden passen bij wat iemand nog kan?
Daarvoor kan het nodig zijn om precies te onderzoeken welke eisen een functie stelt. Een functieonderzoek brengt bijvoorbeeld de fysieke, mentale en organisatorische belasting van een functie in kaart. Door de belasting van het werk te vergelijken met de belastbaarheid van de werknemer ontstaat een onderbouwd beeld van de mogelijkheden.
Kan een werknemer passend werk weigeren?
Een werknemer heeft tijdens ziekte niet alleen rechten, maar ook verplichtingen. Wanneer werkzaamheden daadwerkelijk passend zijn, moet een werknemer hier in principe aan meewerken. Het zonder goede reden weigeren van passend werk kan gevolgen hebben voor de loondoorbetaling.
Daarom is het belangrijk dat duidelijk is waarom bepaalde werkzaamheden als passend worden beschouwd.
Een werknemer kan natuurlijk van mening zijn dat aangeboden werkzaamheden niet aansluiten bij zijn of haar belastbaarheid. In dat geval is het verstandig om daarover eerst met de werkgever en eventueel de bedrijfsarts of arbeidsdeskundige in gesprek te gaan. Werkgever en werknemer moeten voorkomen dat een verschil van inzicht direct uitgroeit tot een conflict.
Wat als werkgever en werknemer het niet eens zijn?
Soms vindt een werkgever dat werkzaamheden passend zijn, terwijl de werknemer denkt dat deze werkzaamheden niet uitvoerbaar zijn. Ook het omgekeerde komt voor. Een werknemer ziet mogelijkheden om bepaalde werkzaamheden uit te voeren, terwijl de werkgever deze mogelijkheden niet ziet.
Wanneer werkgever en werknemer er samen niet uitkomen, kan bij UWV een deskundigenoordeel worden aangevraagd. UWV kan onder andere beoordelen:
- of aangeboden of voorgesteld werk passend is;
- of de werkgever voldoende doet aan de re-integratie;
- of de werknemer voldoende doet aan de re-integratie;
- of de werknemer het eigen werk weer volledig kan uitvoeren.
Een deskundigenoordeel is geen juridische uitspraak, maar kan wel belangrijke duidelijkheid geven en wordt door UWV meegenomen wanneer later het re-integratieverslag wordt beoordeeld.
Kan passend werk tijdelijk zijn?
Ja. Passend werk hoeft niet automatisch de definitieve nieuwe functie van een werknemer te worden. Tijdens herstel kan tijdelijk aangepast werk worden ingezet om de werknemer stapsgewijs weer aan werk te laten wennen.
Een werknemer kan bijvoorbeeld beginnen met:
- een beperkt aantal uren;
- lichtere werkzaamheden;
- minder verantwoordelijkheden;
- een kleiner takenpakket.
Wanneer de belastbaarheid toeneemt, kunnen de werkzaamheden opnieuw worden uitgebreid. Het doel kan uiteindelijk volledige terugkeer naar de oorspronkelijke functie zijn.
In andere situaties blijkt tijdens het re-integratietraject dat terugkeer naar het oorspronkelijke werk niet meer haalbaar is. Passend werk kan dan juist een structurele oplossing worden.
Hoe zit het met passend werk binnen spoor 1?
Bij spoor 1 wordt gekeken naar mogelijkheden bij de huidige werkgever. Daarbij geldt doorgaans de volgende volgorde:
- terugkeer in het eigen werk;
- terugkeer in aangepast eigen werk;
- ander passend werk binnen de organisatie.
Werkgevers moeten actief onderzoeken welke mogelijkheden beschikbaar zijn. Alleen aangeven dat er geen passende vacatures openstaan, is niet automatisch voldoende.
Een zorgvuldig 1e spoor onderzoek maakt inzichtelijk welke werkzaamheden en functies binnen de organisatie zijn onderzocht en waarom deze wel of niet passend zijn.
Wanneer komt spoor 2 in beeld?
Wanneer er onvoldoende perspectief bestaat op duurzame werkhervatting binnen de eigen organisatie, moet ook worden gekeken naar werk bij een andere werkgever. Dit wordt het tweede spoor genoemd.
Tijdens een tweede spoortraject wordt gezocht naar functies die aansluiten bij onder andere:
- de belastbaarheid;
- opleiding;
- ervaring;
- vaardigheden;
- mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Ook binnen spoor 2 blijft het uitgangspunt dat het werk passend moet zijn. Een arbeidsdeskundig onderzoek kan duidelijkheid geven over de vraag of de mogelijkheden binnen de eigen organisatie voldoende zijn onderzocht en of het verstandig is om ook buiten de organisatie naar werk te kijken.
Moet een werknemer genoegen nemen met een lager salaris?
Dat is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. Bij passend werk wordt ook gekeken naar het eerdere werk, functieniveau en inkomen, maar naarmate de arbeidsongeschiktheid langer duurt kan het begrip passend werk ruimer worden.
UWV geeft bijvoorbeeld aan dat na zes maanden ziekte werk van een lager niveau ook passend kan zijn. Een lager functieniveau of salaris betekent daarom niet automatisch dat werk ongeschikt is. Andersom betekent het ook niet dat iedere functie met een lager salaris zonder meer passend is. De omstandigheden van de individuele werknemer blijven bepalend.
Hoeveel reistijd is passend?
Ook reistijd kan een rol spelen bij de beoordeling. UWV noemt voor re-integratie in ander werk als uitgangspunt een reistijd van maximaal twee uur per dag. Dit is echter geen losstaande regel waarmee automatisch kan worden bepaald of een functie passend is.
Er moet altijd naar de totale situatie worden gekeken. Gezondheidsbeperkingen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat een bepaalde reistijd voor een werknemer niet haalbaar is.
Waarom is het belangrijk om passend werk goed te onderzoeken?
Een goed onderzoek naar passend werk voorkomt niet alleen onduidelijkheid tussen werkgever en werknemer. Het is ook belangrijk voor het volledige re-integratiedossier.
Na ongeveer twee jaar ziekte beoordeelt UWV bij een WIA-aanvraag of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan aan de re-integratie. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de inspanningen die zijn verricht om werkhervatting mogelijk te maken.
Een werkgever moet daarom kunnen onderbouwen:
- welke mogelijkheden zijn onderzocht;
- welke werkzaamheden zijn aangeboden;
- welke aanpassingen zijn overwogen;
- waarom bepaalde functies wel of niet passend zijn;
- welke afspraken met de werknemer zijn gemaakt;
- hoe de re-integratie is gevolgd en bijgestuurd.
Wanneer onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht en daar geen goede reden voor bestaat, kan UWV een werkgever verplichten om het loon langer door te betalen. Een zorgvuldige beoordeling van passend werk helpt dit risico te verkleinen.
Wanneer is een arbeidsdeskundig onderzoek verstandig?
Niet bij iedere ziekmelding is direct een arbeidsdeskundig onderzoek nodig. Het wordt met name relevant wanneer vragen ontstaan zoals:
- Kan de werknemer nog terugkeren naar zijn eigen functie?
- Welke aanpassingen zijn noodzakelijk?
- Zijn andere werkzaamheden binnen het bedrijf passend?
- Welke functies binnen de organisatie kunnen worden onderzocht?
- Is spoor 1 nog haalbaar?
- Moet ook worden gestart met re-integratie buiten de organisatie?
- Verschillen werkgever en werknemer van mening over de mogelijkheden?
Een arbeidsdeskundige kan deze vragen onafhankelijk onderzoeken en de bevindingen vastleggen in een rapportage. Dit geeft zowel werkgever als werknemer duidelijkheid over de mogelijkheden en de vervolgstappen.
Passend werk is altijd maatwerk
Er bestaat geen standaardlijst waarop staat welke functies bij bepaalde beperkingen passend zijn. Twee werknemers met dezelfde functie kunnen door een verschil in belastbaarheid, ervaring of omstandigheden tot een volledig andere uitkomst komen.
Daarom moet bij passend werk steeds opnieuw de verbinding worden gemaakt tussen de persoon, de belastbaarheid en het werk. Het uitgangspunt is daarbij niet alleen wat iemand niet meer kan. Juist de vraag wat iemand nog wél kan vormt de basis voor duurzame re-integratie.
Hulp nodig bij het beoordelen van passend werk?
Is niet duidelijk of een medewerker kan terugkeren naar het eigen werk? Of wilt u weten welke andere werkzaamheden binnen uw organisatie passend kunnen zijn?
Met een arbeidsdeskundig onderzoek brengt InBalans objectief in kaart wat de mogelijkheden zijn. Daarbij kijken we naar de belastbaarheid van de medewerker, de belasting van de eigen functie, mogelijke aanpassingen en ander passend werk binnen de organisatie.
Aan de informatie op deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend. InBalans is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden of de gevolgen van het gebruik van deze informatie. Voor advies op maat kunt u contact met ons opnemen.